Faune

share:

Ictus,
Marianne Pousseur,
Georges-Elie Octors,
François Deppe

   
PROGRAMME

Arnold Schoenberg (1874-1951)
Pierrot Lunaire, opus 21 (1912)
voor stem en vijf instrumenten, 35min
Marianne Pousseur, stem
François Deppe, dirigent

Claude Debussy (1862-1918)
Prélude à l’après-midi d’un faune (1894) in het arrangement van Benno Sachs voor twaalf instrumenten, 12min.
Begeleid door een film van Thierry De Mey, Prélude à la Mer,
met Mark Lorimer en Cynthia Loemij
in een choreografie van Anne Teresa De Keersmaeker (Rosas)

Frédéric Verrières (1968)
Valse3 (2012),
fantasmagorie d'après La Valse de Maurice Ravel


  
TOUR

15/12 2012, Bruxelles, Kaaitheater, with Bozar
19/12 2012, Antwerpen, deSingel
28/05 2013, Paris, Opéra Comique
14/06 2013, Caen, Théâtre

FAUNE

Onder het motto ‘één zwaluw maakt nog geen zomer’ stelt Ictus drie meesterwerken uit de twintigste eeuw voor, drie cultwerken die de muziek de moderniteit binnenloodsden. Elk werk wordt op een andere manier voorgesteld: als cabaret, met begeleiding van film en in een her-compositie.

Le Prélude à l’après-midi d’un faune, gecomponeerd in 1894 door Claude Debussy, ontketent een onvoorziene revolutie…maar een van fluweel. Debussy zet de verhouding van een werk tot het thema op de helling. Identitieke herhaling komt quasi niet voor in dit werk van deze Franse componist; de muzikale motieven golven, veranderen, duiken op en verdwijnen met de lichtheid en snelheid van lentewolken. Geen zware identitieten…enkel intensiteiten…de hele essentie van de twintigste eeuwse muziek is in dit werk reeds vervat.

Oorspronkelijk geschreven voor orkest, zal de ‘Faune’ hier gebracht worden in een versie voor ensemble gemaakt door Benno Sachs in opdracht van het “Verein für musikalische Privataufführungen”, de Weense club opgericht door Schoenberg in 1918 om moderne muziek voor te stellen aan verlichtte liefhebbers. De meesterlijke film van Thierry De Mey, Prélude à la Mer zal de maat aangeven. Deze film, gedraaid in de immense zoutvlakten van de zee van Aral, is gebaseerd op een choreografie van Teresa De Keersmaeker met dansers Mark Lorimer en Cynthia Loemij.

Pierrot Lunaire. Muziek van de waanzin en de droom, muziek van het ‘zelf’ in stukken en brokken, muziek van fragmenten, breuken en duizelingwekkende gevoelens. Ondanks zijn immense muzikale cultuur en zijn zwak voor de Duitse traditie breekt Schoenberg voor goed met de Wagneriaanse heroïek en het romantische individualisme. Geschreven voor een beroemde cabaretière uit zijn tijd, Albertine Zehme, opent ‘Le Pierrot’ als een koortsig theater, vol van hallucinaties en ironie, tussen zang en gesproken stem. Stravinksy sprak over Pierrot Lunaire als over de “solar plexus’ van de twintigste eeuwse gevoeligheid.

Presentatie : Zoals het moet ! = heel eenvoudig, als een improvisatie in een cabaret voor zangeres en een klein instrumental ensemble. Marianne Pousseur, herneemt dit werk met Ictus, na uitvoeringen met Philippe Herreweghe en Pierre Boulez.

La Valse3. Een muzikant van het spel, van de schijn, van de travestie. Ravel staat symbool voor het postmoderne dat pas opkomt aan het eind van de twintigste eeuw maar al warm loopt in de coulissen van het modernisme. Het is mede dankzij Ravel dat we vandaag het serieux van de grote kunst, de waarheid van mythes en ook het adelijke van de wals in vraag stellen. De wals wordt in alle richtingen uiteengetrokken, tot ze explodeert. Zo klint de wals vandaag, als een helse draaikolk, waarin componist Michael Levinas een van de grote obsessies van de moderne kunst weerspiegeld zag: het opstellen van een systeem, met als enige doel het te doorbreken, en uiteindelijk het te vernietigen. Presentatie : De originele wals in de tweede graad, transponeren we naar de derde graad ! De componist Frédéric Verrières, die zich liet opmerken in de Bouffes du Nord met zijn succesvolle opera geïnspireerd op de film ‘Opening Night’ van John Cassavetes. Voor Ictus maakt hij een her-compositie van de Valse voor sampler en ensemble.

FAUNE

Ce concert met en contact, en une seule soirée, trois chefs d’oeuvre du XXe siècle, trois incontournables racines de la modernité en musique. Chaque oeuvre est présentée sur un mode différent : cabaret, film, ré-écriture.

Le Prélude à l’après-midi d’un faune, écrit en 1894 par Claude Debussy, déclenche une incalculable révolution… mais une révolution de velours. Debussy y réinvente totalement le rapport au “thème”. Rien, chez le compositeur français, ne se répète “tel quel”. Les motifs musicaux ondulent, se transforment, se rapprochent ou s’éloignent avec la légèreté et la vitesse de transformation des nuages au printemps. Pas de lourdes identités… seulement des intensités… tout le XXe siècle est déjà là.

Originalement écrit pour orchestre, le Faune sera joué dans une réduction “de chambre” écrite par Benno Sachs pour la “Société d’Exécutions Musicales Privées” (Verein für musikalische Privataufführungen), le club viennois fondé par Schoenberg en 1918 pour apprécier la musique moderne entre amateurs éclairés. Les musiciens adapteront leur tempo au superbe film de Thierry De Mey, Prélude à la Mer, tourné dans les immenses étendues blanches de la Mer d’Aral, et basé sur la chorégraphie d’Anne Teresa De Keersmaeker, conçue pour Mark Lorimer et Cynthia Loemij.

Le Pierrot Lunaire. Musique de la folie et du rêve, musique du moi en petits morceaux, musique de fragments, de fractures, de sensations évanouissantes… Malgré son immense culture musicale et son attachement à la tradition allemande, Schoenberg rompt définitivement avec l’héroïsme wagnérien et l’individualisme romantique. Ecrit pour une célèbre actrice de cabaret de l’époque, Albertine Zehme, le Pierrot ouvre un fiévreux théâtre, un théâtre de l’hallucination et de l’ironie - entre chant et voix parlée. Stravinsky parlait du Pierrot Lunaire comme du “plexus solaire” de la sensibilité du XXe siècle.

Présentation : Comme il le faut ! C’est-à-dire très simplement, comme une improvisation de cabaret pour chanteuse et petit groupe instrumental. C’est Marianne Pousseur qui reprendra, une fois encore, ce rôle où elle excelle - après l’avoir magistralement déployé sous les baguettes de Philippe Herreweghe et Pierre Boulez.

La Valse3. Musicien du jeu, du semblant, du travestissement, Ravel résume à lui seul le grain de piment “postmoderne” qui prendra tout son goût à la fin du XXe siècle - mais rôde déjà en germe dans les coulisses de la première modernité. Ce à quoi il n’est plus possible de croire - la gravité du grand art, la vérité des mythes, la noblesse d’une valse -, on le triturera dans tous les sens, jusqu’à le faire exploser. Ainsi de la Valse, cet infernal tourbillon dansé, de plus en plus ivre, dans lequel Michaël Levinas voit une des grandes obsessions de l’art moderne : mettre en place un système, pour la pure joie de le dépasser, et finalement de le détruire. Présentation : Cette Valse au second degré, nous la mettrons au troisième degré ! Le compositeur Frédéric Verrières, qui vient de se faire remarquer aux Bouffes du Nord avec un opéra à succès inspiré du film Opening Night de Cassavetes, signera une “ré-écriture” de la Valse, pour clavier digital et ensemble instrumental