
P. Multitudinis
a composition by George Lewis
Musicians
Creative Orchestra with 40 musicians
in collaboration with
The Royal Conservatory of Antwerp
GAME – Ghent Advanced Master Ensemble from KASK & Conservatory Ghent
The Royal Conservatory of Brussels
Musical direction Kobe Van Cauwenberghe
Other performances
05/05/2027 – DE SINGEL, Antwerp
06/05/2027 – Miry Zaal, Gent
In this project, students from the conservatories of Antwerp, Brussels, and Ghent perform the ambitious and visionary work P. Multitudinis (2018) by American composer George E. Lewis. Students from jazz, classical, and contemporary music practices join together to form a temporary "creative orchestra," in which diverse performance traditions, aesthetic frameworks, and listening attitudes converge.
P. Multitudinis is a large-scale work that is partially open in terms of instrumentation and scale. It has several sub-ensembles and has no central score. Instead, musicians work with precisely notated material that can be deployed flexibly, as well as a grid of tasks suggesting ways to relate to the unfolding sound environment. Choices are made collectively during the performance, and new musical material constantly emerges in direct relation to the current situation—which is why Lewis prefers the term "situational form" over "open form". The performance is not a definitive version, but a unique snapshot of an ensemble shaping music as a living, relational, and social process.
With this work, Lewis refers to a passage from Baruch Spinoza’s Tractatus Politicus (1677):
“Civitatis jus potentia multitudinis, quæ una veluti mente ducitur, determinatur. At hæc animorum unio concipi nulla ratione posset, nisi civitas id ipsum maxime intendat, quod sana ratio omnibus hominibus utile esse docet.”
“The right of a commonwealth is determined by the power of a people that is guided as though by a single mind. But this union of minds could in no way be conceived unless the chief aim of the commonwealth is identical with that which sound reason teaches us is for the good of all men.”
For Spinoza, legitimacy does not rest on the authority of an individual, but on the power of the "multitude"—a community acting temporarily as one mind. At the same time, he emphasizes that such unity is only possible when action is directed toward a shared common interest. In P. Multitudinis, this thought translates into a musical practice where form arises from shared attention, collective decision-making, and mutual responsibility.
Lewis's work is inextricably linked to the aesthetics and philosophy of the Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM), the influential African-American artist collective founded in Chicago in 1965. The AACM developed a radical model of musical practice in which composition, improvisation, education, and community building are interwoven. Central to this is the principle of creative autonomy: musicians are encouraged to develop their own systems, notations, and forms, moving beyond fixed stylistic categories or institutional expectations.
Lewis, a member of the AACM since the 1970s, has continued this tradition not only as a composer and performer but also as an author and academic who has analyzed it deeply. His book A Power Stronger Than Itself: The AACM and American Experimental Music (2008) is now considered a seminal work in twentieth-century music historiography. In this extensive research, Lewis rewrites the canon of American experimental music by positioning the AACM not as a marginal phenomenon of "avant-garde jazz," but as a central force within the history of experimental composition. Simultaneously, he undermines the classic "genius narrative": the focus is not on individual heroism, but on collective structures, networks, and shared knowledge production.
Lewis translates this same emphasis on community into his opera Afterword, based on the book, in which the community rather than the individual takes center stage. In an extensive profile of Lewis in The New Yorker (2024), Alex Ross quotes a key line from the libretto: “Heroes, gods, and masters do not exist in our sight”. This statement resonates directly in P. Multitudinis: here, form emerges not from hierarchical control, but from the shared attention, responsibility, and imagination of the multitude.
P. Multitudinis stems from the conviction that contemporary musical practices are fundamentally hybrid, transversal, and socially situated. The ensemble functions as a laboratory in which students experiment with listening across stylistic boundaries, translating conceptual scores into performative decisions, and investigating power dynamics, leadership, and agency within a large collective. Lewis's music provides a concrete and experiential framework to put these questions into practice.
Kobe Van Cauwenberghe
The project is led by Kobe Van Cauwenberghe, who previously worked with the Creative Orchestra repertoire of Anthony Braxton (KCA, Brussels Philharmonic, Ictus). George Lewis himself will be present during the rehearsing process, making the performance an exceptional opportunity for direct artistic exchange between composer and performers.
In dit project brengen studenten van de conservatoria van Antwerpen, Brussel en Gent het ambitieuze en visionaire werk P. Multitudinis (2018) van de Amerikaans componist George E. Lewis tot uitvoering. Studenten uit jazz-, klassieke en hedendaagse muziekpraktijken vormen samen een tijdelijk creative orchestra, waarin uiteenlopende speeltradities, esthetische referentiekaders en luisterhoudingen samenkomen.
P. Multitudinis is een grootschalig werk dat gedeeltelijk open is qua bezetting en schaal en bestaat uit meerdere sub-ensembles. Er is geen centrale partituur. In plaats daarvan werken musici met precies genoteerd materiaal dat flexibel kan worden ingezet, én met een raster van taken dat manieren suggereert om zich te verhouden tot de zich ontvouwende klankomgeving. Keuzes worden collectief genomen tijdens het spel, en nieuw muzikaal materiaal ontstaat steeds in directe relatie tot de actuele situatie—vandaar dat Lewis hier de term situational form verkiest boven open form. De uitvoering is geen definitieve versie, maar een unieke momentopname van een ensemble dat muziek vormgeeft als een levend, relationeel en sociaal proces.
Lewis verwijst met dit werk naar een passage uit Baruch Spinoza’s Tractatus Politicus (1677):
“Civitatis jus potentia multitudinis, quæ una veluti mente ducitur, determinatur. At hæc animorum unio concipi nulla ratione posset, nisi civitas id ipsum maxime intendat, quod sana ratio omnibus hominibus utile esse docet.”
“The right of a commonwealth is determined by the power of a people that is guided as though by a single mind. But this union of minds could in no way be conceived unless the chief aim of the commonwealth is identical with that which sound reason teaches us is for the good of all men.”
« Dit recht, ’t welk door de macht van de menigte bepaalt word, noemt men gemeenlijk Heerschappy. En deze eenheit van zielen kan op geen wijze begrepen worden, ten zy de Heerschappy dat voornaamlijk beoogt, ’t welk de gezonde reden leert voor alle menschen nut te wezen. »
Voor Spinoza berust legitimiteit niet op de autoriteit van een individu, maar op de kracht van de veelheid — een gemeenschap die tijdelijk als één geest handelt. Tegelijk benadrukt hij dat zo’n eenheid slechts mogelijk is wanneer het handelen gericht is op een gedeeld algemeen belang. In P. Multitudinis vertaalt die gedachte zich naar een muzikale praktijk waarin vorm ontstaat uit gedeelde aandacht, collectieve besluitvorming en wederzijdse verantwoordelijkheid.
Het werk van Lewis is onlosmakelijk verbonden met de esthetiek en filosofie van de Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM), het invloedrijke Afro-Amerikaanse kunstenaarscollectief dat in 1965 in Chicago werd opgericht. De AACM ontwikkelde een radicaal model van muzikale praktijk waarin compositie, improvisatie, educatie en gemeenschapsvorming met elkaar verweven zijn. Centraal staat het principe van creatieve autonomie: musici worden aangespoord om eigen systemen, notaties en vormen te ontwikkelen, voorbij vastgelegde stijlcategorieën of institutionele verwachtingen.
Lewis, sinds de jaren zeventig lid van de AACM, heeft deze traditie niet alleen als componist en performer verdergezet, maar ook als auteur en academicus diepgaand geanalyseerd. Zijn boek A Power Stronger Than Itself: The AACM and American Experimental Music (2008) geldt inmiddels als een sleutelwerk binnen de muziekgeschiedschrijving van de twintigste eeuw. In dit omvangrijke onderzoek herschrijft Lewis de canon van de Amerikaanse experimentele muziek door de AACM niet als randfenomeen van de “avant-garde jazz”, maar als een centrale kracht binnen de experimentele compositiegeschiedenis te positioneren. Tegelijk ondermijnt hij het klassieke genie-narratief: de focus ligt niet op individuele heroïek, maar op collectieve structuren, netwerken en gedeelde kennisproductie.
Diezelfde nadruk op gemeenschap vertaalt Lewis ook naar zijn opera Afterword, gebaseerd op het boek, waarin niet het individu maar de gemeenschap centraal staat. In een uitgebreid profiel over Lewis in The New Yorker (2024) citeert Alex Ross een sleutelzin uit het libretto: “Heroes, gods, and masters do not exist in our sight.” Die uitspraak resoneert rechtstreeks in P. Multitudinis: vorm ontstaat hier niet uit hiërarchische controle, maar uit gedeelde aandacht, verantwoordelijkheid en verbeeldingskracht van de multitude.
P. Multitudinis vertrekt vanuit de overtuiging dat hedendaagse muzikale praktijken fundamenteel hybride, transversaal en sociaal gesitueerd zijn. Het ensemble fungeert als een laboratorium waarin studenten experimenteren met luisteren over stijlgrenzen heen, het vertalen van conceptuele partituren naar performatieve beslissingen, en het onderzoeken van machtsverhoudingen, leiderschap en agency binnen een groot collectief. Lewis’ muziek biedt een concreet en ervaringsgericht kader om deze vragen in praktijk te brengen.
Kobe Van Cauwenberghe
Het project wordt begeleid door Kobe Van Cauwenberghe, die eerder werkte met het Creative Orchestra-repertoire van Anthony Braxton (KCA, Brussels Philharmonic, Ictus). George Lewis zal zelf aanwezig zijn tijdens het project, wat de uitvoering tot een uitzonderlijke gelegenheid maakt voor directe artistieke uitwisseling tussen componist en performers.
Des étudiants des conservatoires d’Anvers, de Bruxelles et de Gand s’emparent de P. Multitudinis (2018), l’œuvre ambitieuse et visionnaire du compositeur américain George E. Lewis. Issus des filières jazz, musique classique et musique contemporaine, tous s’unissent pour former un « orchestre créatif » temporaire, au sein duquel convergent diverses traditions d’interprétation, cadres esthétiques et attitudes d’écoute.
P. Multitudinis est une œuvre monumentale, en grande partie indéterminée en termes d’instrumentation et de durée, et composée de plusieurs sous-ensembles. Il n’y a pas de partition centrale. À la place, les musiciens travaillent à partir d’un matériel musical noté certes avec précision, mais qui peut être manipulé de manière flexible, ainsi que d’une liste de « tâches » suggérant des façons d’interagir avec l’environnement sonore qui se déploie. Les choix sont faits collectivement pendant la représentation, et de nouveaux éléments musicaux émergent constamment en relation directe avec la situation du moment — c’est pourquoi Lewis préfère le terme de « forme situationnelle » à celui de « forme ouverte ». La représentation n’est pas une version définitive, mais un instantané unique d’un ensemble façonnant la musique comme un processus vivant, relationnel et social.
Avec cette œuvre, Lewis fait référence à un passage du Tractatus Politicus (1677) de Baruch Spinoza :
“Civitatis jus potentia multitudinis, quæ una veluti mente ducitur, determinatur. At hæc animorum unio concipi nulla ratione posset, nisi civitas id ipsum maxime intendat, quod sana ratio omnibus hominibus utile esse docet.”
« Le droit de l’État se définit par la puissance de la multitude qui est guidée comme par une seule âme. Mais cette union des âmes ne peut en aucune manière se concevoir, si l’État n'a pas pour principal objet ce que la saine raison enseigne être utile à tous les hommes. »
Pour Spinoza, la légitimité ne repose pas sur l’autorité d’un individu, mais sur le pouvoir de la « multitude » — une communauté agissant temporairement comme un seul esprit. Cette unité n’est possible que lorsque l’action est orientée vers un intérêt commun partagé. Dans P. Multitudinis, cette pensée se traduit par une pratique musicale où la forme naît d’une attention partagée, d’une prise de décision collective et d’une responsabilité mutuelle.
L’œuvre de Lewis est indissociable de l’esthétique et de la philosophie de l’Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM), l’influent collectif d’artistes afro-américains fondé à Chicago en 1965. L’AACM a développé un modèle radical de pratique musicale dans lequel la composition, l’improvisation, l’éducation et la construction communautaire s’entremêlent. Au cœur de cette approche se trouve le principe d’autonomie créative : les musiciens sont encouragés à développer leurs propres systèmes, notations et formes, en dépassant les catégories stylistiques figées ou les attentes institutionnelles.
Lewis, membre de l’AACM depuis les années 1970, a perpétué cette tradition non seulement en tant que compositeur et interprète, mais aussi en tant qu’auteur et universitaire qui l’a analysée en profondeur. Son ouvrage A Power Stronger Than Itself: The AACM and American Experimental Music (2008) est désormais considéré comme un ouvrage fondateur de l’historiographie musicale du XXe siècle. Dans cette recherche approfondie, Lewis réécrit le canon de la musique expérimentale américaine en positionnant l’AACM non pas comme un phénomène marginal du « jazz d’avant-garde », mais comme une force centrale au sein de l’histoire de la composition expérimentale. Parallèlement, il remet en cause le « récit du génie » classique : l’accent n’est pas mis sur l’héroïsme individuel, mais sur les structures collectives, les réseaux et la production collective de connaissances.
Lewis transpose cette même importance accordée à la communauté dans son opéra Afterword, dans lequel la communauté, plutôt que l’individu, occupe le devant de la scène.
Dans un portrait détaillé de Lewis publié dans The New Yorker (2024), Alex Ross cite une phrase clé du livret : « Les héros, les dieux et les maîtres n’existent pas à nos yeux ». P. Multitudinis découle de la conviction que les pratiques musicales contemporaines sont fondamentalement hybrides, transversales et socialement situées. L’ensemble fonctionne comme un laboratoire dans lequel les étudiants expérimentent l’écoute au-delà des frontières stylistiques, traduisent des partitions conceptuelles en choix interprétatifs et explorent les dynamiques de pouvoir, le leadership et l’autonomie au sein d’un grand collectif. La musique de Lewis offre un cadre concret et expérientiel pour mettre ces questions en pratique.
Kobe Van Cauwenberghe
Le projet est dirigé par Kobe Van Cauwenberghe, qui a précédemment travaillé sur le répertoire du Creative Orchestra d’Anthony Braxton (avec le Brussels Philharmonic et Ictus, notamment). George Lewis lui-même sera présent tout au long des répétitions, faisant de cette représentation une occasion exceptionnelle d’échange artistique direct entre le compositeur et les interprètes.
Agenda for this project
- Date Show Location
-
Fri 07.05 Ictus Invites: George Lewis Ictus, 164 VanVolxem - Brussels - Belgium