A

terug naar menu

publiek geheim

14.03.2009: in de straten van Brussel, vanaf 14u, Ars Musica

Blindman, Champ d'Action, Het Collectief, Musiques Nouvelles, Hermes, Ictus, Nadar, Prometheus, Spectra: heel de Belgische nieuwe muziek scène stelt in samenwerking met de stad Brussel laat hun beste solisten horen in werfwagens, verspreid tussen de Munt en Rogier, voor een beperkt publiek en dit ter ere van twintig jaar Ars Musica !

Solorepertoire, en zeker in intieme omstandigheden, creëert begrip voor de bijzonder virtuoze en fysieke dimensie van hedendaagse muziek die men vaak ten onrechte afdoet als “intellectuele constructies”. Een dag om aan den lijve te ondervinden waar het om gaat. Er nog dichter opzitten is onmogelijk.

Met de steun van Hamza Fassi-Fihri, Echevin | Schepen van de Stad Brussel bevoegd voor Cultuur

terug naar menu

 

g

terug naar menu

steve reich : drumming

14.3.2009: Salzburg (AT)
25.3.2009: Maerz Musik, Berlin (D)

Steve Reich voltooide Drumming in de herfst van 1971. Hij had er een heel jaar lang aan gewerkt, nadat hij in het voorjaar van 1970 zijn fameuze reis naar Afrika had gemaakt. Het is een sleutelwerk, een werk dat de balans opmaakt, dat een synthese vormt van de verworvenheden van de componist en tegelijk zijn toekomstige evolutie doet voorvoelen. Drumming, dat werd geschreven na Phase Patterns en Four Organs (allebei uit 1970), kan als het laatste radicale werk van Reich worden beschouwd: het vormt het sluitstuk van een vrolijke barbaarsheid, van de tijd van een avant-gardistisch en onverzettelijk minimalisme.

Met de diversiteit van de timbres, de soepelheid van de procédés, de structuur in vier bewegingen, het lange dionysische einde, staat dit werk aan het begin van de evolutie die Reich tot een synthese tussen het minimalisme en het klassieke erfgoed zal brengen - een synthese die zich steeds duidelijker zal aftekenen in de werken die volgen: Music for Eighteen Musicians, bijvoorbeeld, dan Tehillim en City Life... waarin de harmonische modulatie, de scheiding tussen melodie en begeleiding, de boogvormige structuren, de minimalistische ervaring steeds meer naar het niveau van het ritmische procédé verschuiven.

Met Drumming is dat echter nog niet het geval. In grote lijnen behoort het nog duidelijk tot de reeks van de graduele processen: progressieve metamorfoses van een initiële muzikale situatie, waarvan de luisteraar stap voor stap de evolutie kan volgen - zoals in het erg ‘underground’ Pendulum Music van 1968 (een werk dat we vandaag een installatie zouden noemen: twee micro’s, die tussen twee luidsprekers zijn opgehangen, worden aan het slingeren gebracht en het stuk duurt tot de beweging vanzelf ophoudt; het hele muzikale materiaal bestaat dan uit een contrapunt van de larsen-effecten die ze produceren). Hoewel het klopt wat Sébastien Jean schrijft, dat “het exclusieve en draconische gebruik van het ‘gradual process’ (defasering of vermeerdering) resulteert in een muziek die geen enkele uitdaging lanceert of aanneemt en voor ons gehoor louter een contemplatieobject is”, moeten we daaraan toevoegen dat een onbedwingbare drang, een tot-het-einde-willen-gaan in de toepassing van het proces, de vroege werken van Reich het karakter van een uitdaging geeft, dat doet denken aan de esthetiek van John Cage: een anti-romantische methode om uit het werk elk spoor van de subjectiviteit van de auteur te bannen.

Steve Reich echter heeft vaak toegegeven dat radicaliteit op zich hem weinig interesseerde, en dat hij al meteen in zijn eerste werken aandacht had voor strategische details die de verveling van de toehoorder moeten tegengaan. Zoals elk stuk van Reich, krioelt Drumming van subtiel gedoseerde minuscule coups de théâtre, die het proces dramatiseren zonder de flux ervan aan te tasten: introductie van een nieuw instrument, registerveranderingen, melodische permutaties... Dit wordt voortgezet tot het einde van de 4de beweging, coda, die zo typisch is voor Reich: het proces heeft zijn oplossing bereikt, geen enkele interventie zal het onvermoeibare spel van de herhalingen nog komen verstoren. Maar dat is het moment dat de componist ervoor kiest om de stemmen en de piccolo (die de luisteraar intussen vergeten was) opnieuw te introduceren in een lange stagnatie die crescendo gaat en verzadigd is van hoge frequenties; de impact hiervan is te vergelijken met het Halleluja van Tehillim.

Algemene vorm van het werk

Drumming dat ‘tussen de 55 en 75 minuten moet duren’, is gebaseerd op één enkel ritmisch-melodisch ‘pattern’(figuur of motief), waarvan alle mogelijkheden geëxploiteerd worden in het intensieve spel van de defaseringen en de substituties (zie volgende paragraaf). Dit pattern wordt in het begin van het stuk geïntroduceerd door een bongo solo, die het noot per noot construeert (bij de achtste maat is het pattern compleet) :

In de vier secties van het werk worden respectievelijk volgende instrumenten ingezet:

I - Vier paar afgestemde bongo’s;

II - Drie marimba’s, begeleid door twee vrouwenstemmen;

III - Drie klokkenspellen, begeleid door een piccolo en gefluit;

IV - Alle instrumenten samen.

De bewegingen I-II en II-III gaan in elkaar over door overlapping (door overvloeiing of cross fading zo men wil), een groep instrumenten die over de andere heen speelt, wat resulteert in een effect dat verwant is aan de filtereffecten in de elektronische muziek. Het einde van de IIIde beweging gebeurt door deconstructie, (het schaarser worden van de noten), wat aan het laatste deel, waarin alle muzikanten terug samenspelen, een ‘klassiek’ allure geeft van een nieuw begin da capo met de progressieve accumulatie van al het reeds gehoorde materiaal.

Enkele sleutels voor de beluistering

Om de processen die hier worden uitgewerkt ten volle te appreciëren, is het wellicht nuttig om nog eens even stil te staan bij de drie belangrijkste technieken die aan de basis liggen van het werk van Steve Reich.

1. De gradual phasing (graduele defasering). Aanvankelijk experimenteerde Reich met dit principe door middel van meerdere bandopnemers. De graduele defasering bestaat in de progressieve verschuiving van twee instrumenten met hetzelfde timbre, die hetzelfde ritme spelen, tot ze eindigen in een afstand van één noot. Dan stabiliseert het tempo gedurende de tijd die nodig is om het bereikte effect (dat niets anders is dan een canon) te appreciëren. Hetzelfde procédé wordt herhaald en achtereenvolgens worden alle mogelijke canons van een pattern met zichzelf geëxploreerd. Dit procédé is in het hele werk duidelijk herkenbaar; men kan het de eerste keer horen in de eerste beweging, gespeeld door twee bongo’s waarvan de ene het tempo met 1’10’’ verhoogt.

2. De resulterende patterns. Deze techniek wordt door Reich opgevat als en soort ‘perspectiefwet’: de luisteraar die steeds opnieuw de compacte canon van een kort pattern (bijvoorbeeld dat van Drumming dat in bovenstaande afbeelding te zien is) gespeeld door gelijksoortige instrumenten beluistert, verliest al gauw de perceptie van de individuele contour van dat pattern, en reconstrueert diagonaal ‘virtuele’ patterns, die ontstaan uit de interpolatie van de verschillende instrumenten (‘psycho-akoestisch bijproduct van de herhaling’ noemt Reich het). Deze resultanten kunnen hem ook gesuggereerd worden, als ze discreet onderstreept worden door een ander instrument: dat is de rol van de bongo’s 3 en 4 in de eerste beweging, van de stemmen in de tweede, van de piccolo en het gefluit in de derde. Deze muzikanten hebben tot taak om ritmisch-melodische improvisaties zonder solistische of decoratieve bedoeling te doen ontstaan, die het polyfonische blok ‘exploreren’ om er verschillende mogelijke contouren in af te tekenen.

De combinatie van deze twee technieken ritmeert in essentie de vorm van Drumming: basispattern - defasering - stabilisatie van een canon - exploratie van de resulterende patterns. En opnieuw: defasering - nieuwe canon - nieuwe resultantes, enz...

3. Substituties. De zogenaamde substitutietechniek, die nog niet aanwezig is in de vroegere werken, maar rijkelijk voorkomt in die na Drumming, zou ook: constructie-deconstructie kunnen genoemd worden. Hij is gemakkelijk te begrijpen bij het beluisteren van het begin van de Iste en IVde beweging of op het einde van beweging III: tijdens de herhalingen, worden de verschillende noten die het motief vormen achtereenvolgens toegevoegd of weggelaten (zie afbeelding). Een noot wordt door een rust vervangen, of omgekeerd.

Een versie die de proef van de dans heeft doorstaan

Op voorstel van Anne Teresa de Keersmaeker, die in 1998 voor haar dansgezelschap een choreografie op dit werk had gemaakt, werd Drumming in augustus 2000 in het repertoire van Ictus opgenomen. Deze opname past in een reeks van een twintigtal live opvoeringen. Rosas+Ictus brachten Drumming Live in New York, Hannover, Wenen, Rouen, Brugge, Brussel en Parijs.

terug naar menu

 

n

terug naar menu

oscar bianchi : matra

18.3.2009: Stuttgart Neue Vocalsolisten, Georges-Elie Octors (dirigent)
Flagey, Studio 4, Brussel, Ars Musica

cantate voor concertant trio (michael schmid, basfluit; susanne fröhlich, contrabasblokfluit; rico gubler, contrabassaxofoon), zes Neue Vocalsolisten, instrumentaal ensemble en elektronica.

Tantrisch shivaïsme, Gnostische geschriften, ‘De Rerum Natura’ van Lucretius: de recente cantate van Bianchi bezingt de oneindige veelsoortigheid van het materiële leven. Het onvermoeibare gerommel van lage instrumenten – passies, simulacra en metamorfoses – contrasteert met de schitterende harmonieën in de zangpartij.

Het werk lost zich op in extatische vreugde: het ritme jaagt het werk vooruit naar een finale geïnspireerd door hindoeïstisch stemgebruik, tot er hyperventilatie dreigt.

In het eerste deel brengen de Neue Vocalsolisten Le O du haut (2008) van Michaël Levinas, twee madrigalen op gedichten van Ghérasim Luca.

in co-presentatie met Ars Musica en het Paleis voor Schone Kunsten

terug naar menu

 

A

terug naar menu

morton feldman : for philip guston

20.03.2009: Michael Schmid (fluit), Gerrit Nulens (slagwerk) en Jean-Luc Fafchamps (piano), ca 260 minuten
Musica de Hoy, Madrid (ES)

Morton Feldman (1926-1987) componeerde het maar liefst 4 uur durende 'For Philip Guston' ter nagedachtenis van de Amerikaanse schilder Philip Guston. Feldman schreef muziek die wars is van pathos. Rust, geduld, transparantie en concentratie zijn opvallende kenmerken die dwingen tot verscherpt luisteren. Feldman werkte van moment naar moment, van de ene klank naar de andere zonder zichzelf te onderwerpen aan enig opgelegd systeem.

Over de lange duur van zijn werken zei Feldman: "Mijn hele muziekgeneratie zat vast aan muziekstukken van 20 tot 25 minuten. Bij werken die een uur of minder duren denk je aan vorm, maar na anderhalf uur wordt het een kwestie van schaal. Vorm is makkelijk, het is gewoon het opdelen in delen. Maar schaal is een heel ander verhaal. Dan moet je controle hebben op het hele stuk, het vereist een verhoogde concentratie." De gehaaste bezoeker kan de zaal stil verlaten, maar geduldige luisteraars worden getrakteerd op een onvergetelijke en intense ervaring.

landmartsguston
Philip Guston, Painting, 1954
Oil on canvas, 63 1/4 x 60 1/8 inches, Museum of Modern Art, Philip Johnson Fund

terug naar menu

h

terug naar menu

Beat Furrer : Apoklisis (2004)

25.03.2009: Dirk Descheemaeker, Benjamin Dieltjes (basklarinet)
In de Opéra de Lille, presentatie: François Deppe

Twee klarinettisten spelen werk van Beat Furrer, ontdaan van alle franjes maar zo gevoelig en mysterieus als een Japans gedicht. De muzikanten, ver van elkaar verwijderd, vullen elkaar aan in overlappende of successieve fragmenten van een imaginaire unisono die zich vanuit de hoogste regionen van het instrument in het diepe stort. Apoklisis betekent afwijking; de kleine interferenties die telkens weer en onherroepelijk optreden, doen een zich steeds veranderende ruimte ontstaan.

Het werk wordt tweemaal gespeeld met tussen de twee uitvoeringen een toelichting door François Deppe.

terug naar menu

Z

terug naar menu

28.3.2009: gérard grisey, vortex temporum

28.03.2009: Georges-Elie Octors (dirigent), Gent, Handelsbeurs
Gérard Grisey : Vortex Temporum
In het voorprogramma: NADAR met werk van Simon Steen-Andersen

Als frontale aanval op het formalisme maakten de “spectrale omponisten” (waaronder Gérard Grisey) aanspraak p muziek in constante transformatie, in permanente metamorfose: ompositie als een verruiming van de menselijke aarneming door steeds nauwkeuriger in te zoomen op de lankkleur en zo de illusie te scheppen van vertraagde tijd. In 1996 echter – een onverwachte wending: Grisey dropt de bom Vortex Temporum, waarvan de ultrasnelle loops doen denken aan het Amerikaanse minimalisme. Zonder zijn beginprincipes te verloochenen, breekt Grisey het kader open: klanken worden niet meer in de stroom van tijd, maar in de draaikolk van de tijden geworpen, van allerlei soorten tijden; walvistijd, mensentijd, vogeltijd. Zijn woorden... En Vortex blijft het boeiendste meesterwerk van het eind van de twintigste eeuw.

Image5a Image1 Image4 Image3

terug naar menu

 

x

terug naar menu

liquid room (ars musica, brussels & bruges)

02.04.2009: Kaaitheater, Brussel
07.04.2009: Concertgebouw, Brugge

Special guests: François Sarhan Matthieu Metzger, Cédric Dambrain, Eva Reiter
Geluid: Alex Fostier

Helmut Oehring

Romitelli : Seascape

Dambrain : In Memoriam

Eva Reiter : Alle Verbindungen gelten nur jetzt

Liquid Room zet het Nuove Sincronie-experiment verder dat Fausto Romitelli en Riccardo Nova gestart zijn in Milaan: nieuwe muziek in de setting van rockfestival of als in een lange nacht vol elektronische improvisaties. Het publiek komt en gaat wanneer het wil, staat recht, kan iets drinken bij de bar, en intussen speelt de muziek ononderbroken door: in en out. Spontane creatie (remix, improvisatie) in confrontatie met zuivere composities, passief horen en geconcentreerd luisteren lopen door elkaar totdat onvermijdelijk de grenzen vervagen.

Hieronder volgt een mogelijk parcours doorheen die vloeibare tijd.

Ablauf van Magnus Lindberg uit 1988 markeert het einde van zijn harde periode (machinaal serialisme en de energie van punk). Het werk is bedoeld voor concerten in open lucht, inhuldigingen, vernissages: een fanfare voor basklarinet en twee grote trommels.

Cayabyab van Helmut Oehring uit 1998. Deze componist belandt als bij toeval op het mijnenveld van de moderne muziek en is sindsdien berucht voor zijn ‘art brut’. Bizarre en complexe partituren geïnjecteerd met kinderlijke verbeelding, gesluierd in een waas van geheimzinnig snobisme, als we zijn eigen woorden mogen geloven: "Wat voor muziek maak ik? Somber, morbide, dramatisch, chirurgisch, hard, schizofreen, ontspoord, gebroken, krankzinnig, androgyn, geankerd in de realiteit van een nachtmerrie. Bijna elke keer als ik een werk af heb, denk ik ‘Dat was mijn laatste’.” De muzikanten zeggen vaak precies hetzelfde. Cayabyab werd geschreven voor basklarinet, gitaar en vibrafoon en wordt vanavond geremixed door François Sarhan en Matthieu Metzger.

Later op de avond delen diezelfde Sarhan en Metzger een van de drie podia in een Carte Blanche. Beide zijn componist en nemen respectievelijk plaats aan de laptop en de saxofoon.

Om bij François Sarhan te blijven: we hernemen gedeeltelijk l’Nfer, un point de détail, een eigenaardig monodrama dat zich liet inspireren door Zappa, religieus fanatisme, banale alledaagsheid en dat zes maanden geleden nog op het programma stond van het Kaaitheater. Met de allure van een radiopresentator die op de verkeerde afspraak is verschenen, vertelt de componist een vreemde anekdote die zich afspeelt tijdens de dag na de aanslagen in Londen. En dan begint de muziek, volgt hem op de voet, haalt hem in, zoekt een harmonie met de tekst. Van op zijn draagbare computer lanceert Sarhan jingles die de stroom van woord en klank onderbreken of tegen de plot ingaan.

In Memoriam van de jonge Brusselaar Cédric Dambrain is een hommage aan Fausto Romitelli, die overleed in juni 2004 na een slepende ziekte. De trompettist maakt hier gebruik van een speciale demper oorspronkelijk bedoeld om thuis te studeren. Het onding neemt alle geluid weg en zet het om in een elektronisch signaal. Dat signaal stuurt Dambrain door een vervormer en een harmonizer (die het geluid naar ongekende hoogtes en laagtes slingert), zo dient hij de trompettist via zijn laptop van antwoord. Toen de Luikse kamermuziekklas van François Deppe het werk opvoerde in de Espace Senghor was het goed voor een ouderwetse controverse.

Dambrain ontwerpt voor deze avond een systeem van elektronische improvisaties bestuurd door joysticks. Uiteindelijk is er immers geen enkel toestel zo geschikt voor multicontrole als een gameconsole. Hij krijgt een kwartier lang vrij spel.

Seascape, geschreven in 1994 door Fausto Romitelli is een werk voor contrabasblokfluit, ook bekend als de ‘Paetzold’. Alles wordt ondergedompeld in een lange digitale reverb. Seascape klinkt statischer en minder agressief dan Romitelli’s andere composities en speelt met de ademhaling van de muzikant (een weerspiegeling van de beweging van de golven). Het muziekstuk benut bovendien ten volle de spectrale mogelijkheden van de Peatzold, die letterlijk en figuurlijk de meest adembenemende natuurlijke boventonen kan produceren.

L'Ile sonnante van Hugues Dufourt is een duet voor elektrische gitaar en percussie, geschreven in 1990. We weten dat de componisten van de spectrale school, die zich in de jaren ’70 verzamelden rond het ensemble l’Itinéraire, ook een sub-ensemble hadden opgericht: het EIEI (oftewel Ensemble d’Instruments Electroniques de l’Itinéraire) werd de plaats waar ze met de mogelijkheden van de popinstrumenten konden experimenteren, van synthesizers en gitaren tot effectenpedalen. Dufourt zal altijd een innige band bewaren met de elektrische gitaar.

Ook Tristan Murail maakte deel uit van het EIEI, een componist die er een punt van maakte om voor de titels van zijn werken te putten uit de B-literatuur. Veel liever Vampyr, Atlantys, Une dépression dans le continuum of Mach 2.5 dan Konfiguration IIIb. Het werk dat we vanavond te horen krijgen, heet Visions de la Cité Interdite en maakt gebruik van twee Yamaha DX7-synthesizers, instrumenten die bijzonder populair waren in de jaren ’80 en van nature spectraal zijn. De geluiden worden gegenereerd door de intermodulatie van sinuslijnen, waarvan de frequentie geregeld wordt volgens de opeenvolging van natuurlijke boventonen. Het werk dateert uit 1987, de technologie is sindsdien zo snel geëvolueerd dat we het werk vanavond brengen op antiquiteiten.

Red Shift van Lois V Vierk werd geschreven in 1989. Vierk, geboren in de Verenigde Staten in 1951, is de first lady van een Amerikaanse minimalistische school die zichzelf onder de noemer ‘totalistisch’ plaatst. Ze passen de graduele processen toe die ze erfden van Steve Reich binnen een esthetiek die troebeler van aard is en onder meer Oosterse invloeden, micro-intervallen, glissandi en irrationele ritmes integreert.

Horacio Vaggione werd geboren in Argentinië in 1943 en heeft vooral in Parijs gewerkt. Vaggione is een belangrijke figuur op het domein van granulaire synthese en micro-montage (de constructie van complexe geluiden op basis van geluidsfragmenten die niet langer duren dan een honderdste van een seconde, wat een ‘korrelige’ en dwarrelende textuur oplevert). Jean-Claude Risset schreef er het volgende over: “De muziek van Horacio Vaggione is zo levendig als kwik. (…) Verstuifd kristal, poeders van licht, muziek die gekenmerkt wordt door een soort broosheid, fonkelend en stralend, glinsterend en schitterend, onophoudelijk flikkerend (…)”. Wij stellen Myr-S voor, in 1996 geschreven voor één cello en elektronische geluiden.

Tijdens Seascape (zie hoger) zullen we al kennis gemaakt hebben met Eva Reiter, een Weense muzikante met voorliefde voor blokfluit en viola da gamba. Ze schrijft echter ook zelf muziek en daarvan krijgen we een voorbeeld met Alle Verbindungen gelten nur jetzt (‘Alle verbindingen zijn enkel nu geldig’), een werk voor paetzold, cello, percussie, elektrische gitaar en samples.

And last but not least. Fluitist Michael Schmid zal de Ursonate voor stem van Kurt Schwitters brengen. Deze schilder, dichter en architect werd in 1887 geboren in Hannover, waar hij een soort dissidente afsplitsing van de dada-beweging in gang zette, Merz genaamd. Schwitters hield zich vooral bezig met collage, accumulatie en componeerde ook enkele grote klankgedichten. Daarvan is de Ursonate ongetwijfeld het rijkste op het vlak van klank en ritme. Michael Schmid brengt voor de gelegenheid zijn Kaoss Box mee, een soort loop machine die hem in staat stelt om de muziek live elektronisch onder handen te nemen. Schwitters sonate laat dan ook een geïmproviseerde cadens toe.

 

liquidroom

terug naar menu

 

g

terug naar menu

françois sarhan, william kentridge :
telegrams from the nose (2008)

03.04.2009 + 04.04.2009 04: Georges-Elie Octors (dirigent), François Sarhan (stem), Kaaitheater, Brussel

Productie : Ictus, Ars Musica | Copresentatie : Kaaitheater, Ars Musica

Georges-Elie Octors, dirigent Rusland anno 1920: het futurisme en het constructivisme gedijen goed in de Sovjetunie: verlichte kunstenaars en intellectuelen verwachten veel van de artistieke en sociale revolutie. De verwarring is totaal als de genadeloze processen onder Stalin van start gaan en een hele generatie kunstenaars buiten spel gezet wordt. De tekst in deze muziektheatervoorstelling is een letterlijke weergave van de laatste minuten in het proces tegen ‘Fiodor Bukharin’ doorweven met fragmenten uit het werk van Daniil Harms, een ander slachtoffer van de Stalin terreur. Isolement, ironie, bedreiging en onderdrukking worden verhuld door het groteske, de snelheid en de dynamiek. De animatiefilm van Kentridge en de muziek van Sarhan verhouden zich nu eens als begeleiding in een stomme film, dan weer als figuranten in een melodrama of als pantomime in relatie tot een geanimeerde tekenfilm. De voorstelling duurt 35 minuten en wordt tweemaal per avond gebracht.

terug naar menu

 

2

terug naar menu

agenda

14.03.2009: SECRET PUBLIC
Small-scale concerts performed by different ensembles on spread locations in Brussels
Brussels (B)

14.3.2009: DRUMMING
'Drumming' by Steve Reich, for 8 small tuned drums, 3 marimbas, 3 glockenspiels, 2 female voices, whistling and piccolo. A version without dance!
Performed by Ictus and the Synergie Vocals
Salzburg (AT)

18.3.2009: MATRA
'Matra' by Oscar Bianchi : a cantata for three low-register soloists, vocal ensemble, ensemble and electronics, after texts by Lucretius, Maria Magdanela and the Vigyana Bhairava Tantra
Stuttgart Neue Vocalsolisten, Georges-Elie Octors (conductor)
Flagey, Studio 4 (coproduction : Ars Musica, BOZAR, Flagey), Brussels (B)

20.03.2009: FELDMAN
'For Philip Guston' by Morton Feldman
Mike Schmid (flute), Gerrit Nulens (percussion) and Jean-Luc Fafchamps (piano)
Musica de Hoy, Madrid (ES)

25.3.2009: APOKLISIS
'Apoklisis' for two bass clarinets by Beat Furrer
One.Only.One concert: played twice with a short lecture in between
Dirk Descheemaeker, Benjamin Dieltjens (bass clarinets)
Opéra de Lille, FR

25.3.2009: DRUMMING
'Drumming' by Steve Reich, for 8 small tuned drums, 3 marimbas, 3 glockenspiels, 2 female voices, whistling and piccolo. A version without dance!
Performed by Ictus and the Synergie Vocals
Maerz Musik, Berlin (D)

25.03.2010: OPENING CONCERT NEW KAAITHEATER CAFE
Surprise !
Kaaitheater, Brussels (B)

28.3.2009: VORTEX TEMPORUM
Gérard grisey's masterpiece, for piano and five instruments. Geoges-Elie Octors (conductor)
Handelsbeurs, Gent

02.04.2009: LIQUID ROOM
Festival-like concert on different stages without any breaks: music of Horacio Vaggione, Lois V Vierk, Riccardo Nova, François Sarhan, Cédric Dambrain,...
Kaaitheater, Brussels (B) - Coproduction : Ars Musica, BOZAR, Kaaitheater

03+04.04.2009: TELEGRAMS FROM THE NOSE
Music by François Sarhan with mise-en-scène by the South-African artist William Kentridge
Kaaitheater, Brussels (B)

07.04.2009: LIQUID ROOM
Festival-like concert on different stages without any breaks: music of Horacio Vaggione, Lois V Vierk, Riccardo Nova, François Sarhan, Cédric Dambrain,...
Concertgebouw, Ars Musica Brugge (B)

 

terug naar menu

g
x
Z
h
A
n
g
A
2
xhnA