Rosas: Reich Evening vijfentwintig jaar in het gezelschap van Steve Reich

 

 

version FR

We kennen het belang van het hernemen, uitbreiden en zelfs hergebruiken van eigen materiaal in Anne Teresa De Keersmaekers werk. Slechts zelden grijpt een nieuwe voorstelling niet terug naar een vorige om er een gedeelte van te herwerken of er bewegingsmateriaal uit te lichten. De spiraal is zonder twijfel de figuur die de choreografe kenmerkt, en misschien zelfs haar algemene benadering. De ethiek van de spiraal: “Herhaal jezelf om beter afstand te nemen van het middelpunt.”

Hier is een duidelijke verheviging van de symptomen merkbaar: deze Reich Evening moet een doorsnede worden van vijfentwintig jaar werk onder de gemeenschappelijke noemer van het oeuvre van lievelingscomponist Steve Reich, en tegelijk het repertoire van choreografieën op zijn muziek uitbreiden. De verscheidenheid is groot; dat is tegelijk het risico en de schoonheid van deze uitdaging. Toch is dit geen terugblik. Met in de ene hand de statische en bedwelmde processen uit de jaren '80 waarin de frasen slechts een ademtocht duurden, en die zo boeiend waren om naar te kijken, en in de andere hand de huidige duizelingwekkende 'gedanste fuga's' met hun uitgesponnen frasen die zich voortdurend aan het gezichtsveld lijken te onttrekken, zal er nu een nieuwe vlecht geknoopt worden.

Steve Reich, dat is een merkwaardig mengsel van vuur en ijs. Er spreekt een kille vreugde uit de processen die door een of ander onfeilbaar algoritme lijken te worden voortgestuwd (Reich leerde inderdaad lang geleden van John Cage dat het ego van de componist moet wijken opdat de muziek zou kunnen bestaan!). De dramaturgie is weloverwogen. Maar het proces is nooit zuiver (net als bij Ligeti): men moet zoeken op welk punt er een boogvorm optreedt, een afwijkende virtualiteit, en dat dan aangrijpen. Het is de kunst van de minuscule onverwachte wending. Maar bij de rijpere Reich, en in het algemeen ook op het einde van zijn werken, is er toch een - net niet overdreven - uitbundigheid merkbaar, een mystieke drang: een paradoxaal 'Alleluja' zonder melodie dat te voorschijn komt uit de verzadigde verstrengeling van de hoge frequenties.

matrix

Bij wijze van proloog, vooraleer de muzikanten en dansers opkomen, is Steve Reichs Pendulum Music te zien in het schemerdonker. In deze 'installatie' uit 1968 slingeren twee microfoons heen en weer tussen twee luidsprekers tot hun beweging uitdooft, waarbij ze een contrapunt van Larsen-effecten produceren. Geen dans, amper muziek. Een matrix, een minimaal motief ontsproten aan de wetten van de zwaartekracht. Heen en weer, versnelling en vertraging, herhaling en inertie. Een Wet.

Vanaf deze basis bouwt alles zich op - in spiraalvorm, inderdaad. Marimba Phase voor twee slagwerkinstrumenten. Herhaling, verstoring, canon. Daarna dezelfde partituur gespeeld door twee piano's, en nu verschijnen er twee danseressen. We herkennen de Piano Phase uit Fase, four movements to the music of Steve Reich uit 1982, dat na meer dan 150 voorstellingen nog steeds op het repertoire van het gezelschap staat. De slingerbeweging van de rechterarm sleept het hele lichaam mee in een oneindige wenteling. De zware lichamelijke inspanning staat haaks op het logische proces. Hiermee werd een stijl geboren die we 'expressionistische vormelijkheid' kunnen noemen, waarin de uitdrukkingskracht voortvloeit uit de zuivere handeling en de intensiteit uit de dwang.

Uit hetzelfde Fase wordt nu de solo Violin Phase hernomen, waarin de wervelende roes een kalligrafie wordt: de armen doorklieven de lucht terwijl de voeten op de grond een volmaakte mandala beschrijven.

Just Before uit 1997 levert Drumming, Mouvement I voor vier slagwerkers en twaalf dansers, reeds hernomen in Drumming Live in 1998. Met dit stuk voor slagwerk en een paar stemmen, geschreven na een reis naar Ghana, sloot Steve Reich met een uitbarsting van wilde vreugde de periode van het radicale minimalisme af, gewijd aan de strikte toepassing van 'graduele processen'. Een enkel kort ritmisch motief wordt noot per noot opgebouwd tot het versplintert in een reeks canons, samentrekt tot blokken en zich als door een filter verspreidt in de drie klankfamilies van het slagwerk: vellen, toetsen, metaal. Dit is het andere uiterste van De Keersmaekers parcours. De choreografe, steeds trouw aan de muziek, gaat in op de wens van de componist om één groot project voor te stellen, maar dan wel via een polyfonische overvloed, een stortvloed van ideeën die getuigt van een overweldigende ongedwongenheid. Het basismateriaal - een lange gedanste frase die meer dan twee minuten duurt - wordt bewerkt met alle variaties, kantelingen, vertragingen en asverschuivingen die voorhanden zijn. De choreografie benut alle mogelijkheden van de gulden snede om de canons en de verplaatsingen in de ruimte te organiseren. “Een structuur als een brand”, schreef Philippe Guisgand hierover. “Het dansende lichaam doet er vormen in ontstaan, zoals men van een vlam zegt dat ze aan het voorwerp dat er ten prooi aan is, 'likt', en op die manier zijn vorm aanneemt.”

Maar laten we hier stoppen met de lineaire beschrijving van deze avond, die begint met de zachte ironie van een didactisch procédé. Want u begrijpt het al: na een tijdje is er geen sprake meer van een lineaire voortgang. Als de arm opnieuw de slingerbeweging uitgevoerd heeft en de voeten de cirkel beschreven en verplaatst hebben, als de duur ongeduld opgewekt heeft, verschijnt het motief van de spiraal, de buitenwaartse werveling.

drie nieuwe choreografieën op composities van Reich

Voor deze voorstelling worden er drie nieuwe choreografieën gecreëerd op composities van Steve Reich.

Music for Pieces of Wood uit 1973 is een kwintet voor 'claves' (houten staafjes die tegen elkaar geklopt worden), als een polyfonisch verlengde van 'Clapping Music'.

Four Organs voor vier Hammond-orgels en maracas, voor het eerst opgevoerd in Boston in 1970, ontketende waarschijnlijk een van de laatste schandalen in de moderne muziek: er is geen ritmische canon in te bespeuren, maar wel een plastische vervorming van het zware akkoord dat de elektrische orgels uitkrijsen. Alle noten van dit akkoord verlengen bij elke herneming, als waren het aparte strengen wol. Anacrusis (opwaartse beweging), steunpunt, einduitgang (ontspanning): een muzikale basisbeweging die zich steeds trager ontvouwt, als in een heuse thriller.

Eight Lines uit 1979 is een lang en briljant ostinato dat 20 minuten duurt. Het is opgebouwd op een canon van akkoorden waarvan de hoge noten uitgehamerd worden door twee piano's - de rijkdom van hun klankenspectrum doet onweerstaanbaar denken aan Balinese muziek. De melodieën van de houtblazers en de harmonische golven van de strijkers zijn daar bovenop gestapeld. 'Eight Lines' is een schoolvoorbeeld van een 'klassiek' werk van Reich: de minste afwijking, elke bescheiden wijziging binnen een onontwarbare pracht van klanken opent volledig nieuwe perspectieven.

... und Ligeti ist auch dabei

We zouden kunnen zeggen dat de essentie van de minimalistische muziek berust op het 'stooreffect' van zeer snelle en compacte canons in een beperkt register. Het gehoor kan de contouren van de individuele figuren niet langer onderscheiden en de zo uitdrukkelijk aanwezige textuur maakt het onderscheid tussen de stemmen - op een schitterende manier - haast onmogelijk. Deze dubbelzinnige relatie tussen polyfonie en textuur fascineerde György Ligeti, die trouwens uitdrukkelijk hulde bracht aan Reich in een van zijn drie stukken voor twee piano's uit 1976, Selbstportrait mit Reich und Riley (und Chopin ist auch dabei). Bij wijze van contrapunt op Steve Reichs composities maakt De Keersmaeker voor deze voorstelling een choreografie op het eerste stuk voor twee piano's van Ligeti, Monument, en ook op het Symfonisch gedicht voor honderd metronomen, dat in 1990 deel uitmaakte van Stella, maar dan wel als een zuiver dadaïstisch object, zonder dat erop gedanst werd.

Als György Ligeti hier aan bod komt, is dat als duistere tegenhanger van Steve Reich - Reich de Apollinische figuur, de componist van de helderheid. Beide mannen delen dan misschien een voorliefde voor het 'proces', maar bij Ligeti is dat nooit kristalhelder; het lijkt onderhevig aan de wetten van de organische wereld, vol innerlijk gewriemel, waar op elk moment een plotse uitbarsting dreigt. Ligeti, die heel ironisch uit de hoek kon komen, beweerde dat hij enorm van Mondriaans schilderijen hield, vooral dan van heel dichtbij: want dan zie je dat er buiten de lijntjes is gekleurd. Men heeft ooit zijn verhouding tot de traditie beschreven als een flinke portie ganzenlever die men met de hiel tot diep in de vezels van een tapijt stampt.

Een verlangen dat blijft aanhouden

Wanneer hij het verloop van Anne Teresa De Keersmaekers carrière schetst, heeft Philippe Guisgand het over haar hardnekkigheid, die hij als een deugd beschouwt: “Daardoor ziet haar werk als kunstenares eruit als een guirlande die zich naar een doel slingert, zich daarbij voortdurend verlengend. Een stijl als een verlangen dat blijft aanhouden.

Wat bij haar blijft aanhouden, volhoudt en haar stijl uitmaakt, zijn niet zozeer echte obsessies als een bepaalde manier om haar tegenstellingen uit te zetten op een aantal lijnen.“Elk lichaam is een chaos van getallen - motieven - krachten”, schreef Novalis. Een chaos van getallen, dat is de oxymoron die Rosas kenmerkt. Het is in de gespannen verhouding, vervuld van nieuwsgierigheid, met de muzikale compositietechniek dat de choreografe met de grootste vaardigheid dergelijke paradoxen ontvouwt, in de toestand van onrust waarin de partituren waarvan ze zich meester maakt haar doen belanden; ze bevatten altijd veel meer tover dan wat men erin hoort. Becijfering en weerstand ertegen; uitpuren en verstoren; helderheid en polyfonische roes; op de plaats blijven trappelen en zich openen naar de ruimte toe. Of, kort gezegd, wat hier een neerslag krijgt onder Steve Reichs vaandel: van de slinger naar eindeloze spiralen.

Jean-Luc Plouvier