georges aperghis | hans op de beeck, bruno hardt, klaas verpoest

| charles perrault | ictus       happy end

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

happy end

aperghis, op de beeck, perrault

 

In Happy End zijn er drie disciplines die op elkaar inwerken: de muziek van Georges Aperghis, de beeldende kunst van Hans Op de Beeck, Bruno Hardt en Klaas Verpoest en een sprookje van Charles Perrault.

 

1 Aperghis

In Frankrijk staat de naam Aperghis voor muziektheater van de bovenste plank.

In drie decennia heeft hij echter een indrukwekkende catologus bijeengecomponeerd; van solorepertoire, kamermuziekwerken, oratoria tot operas -werken waarin de symbiose tussen stem, beweging en beeld voorop staat. Zijn vermaarde rcitations voor sopraan gelden als een zoektocht naar de fundamenten van de taal, naar de intieme verstrengeling tussen muziek en de menselijke drive. Het is op de grens van het onmogelijke en het onvoorzienbare waar flarden van betekenis opduiken.

 

In Machinations (2000) en in Paysage sous Surveillance (2002) werkt Aperghis voor het eerst met live video en slaagt hij er in met kleine bewakingscameras een wonderlijk universum te scheppen. Samen met Henri Pousseur, Vinko Globokar en Mauricio Kagel is hij een van de pioniers van de totale polyfonie: het werken in lagen en dimensies, met een meervoudige verhaallijn, op zoek naar het verrassende toeval doorheen een overvloed aan materiaal. Als een echte regisseur neemt hij steeds weer met een oneindige zorg voor detail het heft in handen en bezit hij de gave om het maximum te halen uit zijn medewerkers.

 

Hij kiest vaak jonge medewerkers, gaat in op onverwachte ontmoetingen en het liefst nog ver verwijderd van zijn gebruikelijke biotoop: hij houdt er duidelijk van verrast te worden. Vandaar Hans Op de Beeck en Bruno Hardt. De digitale animatie van de tekeningen is voor rekening van Klaas Verpoest in nauwe samenwerking met de beide kunstenaars.

 

 

2 op de beeck

 

Het werk van de 35-jarige Hans Op de Beeck was reeds te zien in de belangrijkste Belgische en Nederlandse galerijen en in kunstmetropolen als Berlijn, New York, Belfast (zie uitgebreide cv).

Hans Op de Beeck werd in n klap bekend met een maquette die hij realiseerde in zijn studietijd aan de Rijksacademie in Amsterdam: een nachtelijk kruispunt met stoplichten. Het werk is exemplarisch voor steeds terugkerende themas in zijn werk: de vervreemding die besloten ligt in het moderne leven en de vervlakking, eenvormigheid en miscommunicatie waarmee die gepaard gaat. De situaties die Op de Beeck voor het voetlicht brengt, ademen veelal een sfeer van diepe desolaatheid en leegte. Een echtpaar drinkt in een caf een kop koffie zonder ook maar een woord met elkaar te wisselen of elkaar zelfs maar aan te kijken. Een lange rij verveelde caissires in een uitgestorven supermarkt zit duimen te draaien; een klant is in geen velden of wegen te bekennen. Geblakerde runelandschappen van hedendaagse doorzonwoningen herinneren aan menselijke activiteit, maar de laatste mens lijkt er inmiddels uitgestorven te zijn. Dit is de moderne wereld zoals die door Op de Beeck wordt gepresenteerd: een unheimisch niemandsland, waarin voor mensen nauwelijks nog plaats is. De kunstenaar zegt echter niet te willen moraliseren of ook maar een waardeoordeel uit te willen spreken: "Ik zie zulke situaties als absurde gegevens. Die kun je als kunstenaar tonen. Het is een menselijk onvermogen om de zin van het leven te duiden, maar je kunt het wel in kaart brengen".

De web site van Hans Op de Beeck : http://hansopdebeeck.com

 

3 het sprookje van Perrault

In 1683 publiceerde hij zijn bekendste werk, Histoires ou contes du temps pass, avec des moralits: Contes de ma mre l'Oye. Het is een verzameling volksverhalen en sprookjes. Het werd een internationaal beroemd boek onder zijn ondertitel, De sprookjes van Moeder de Gans.

Perrault speelde een belangrijke rol in de Querelle des anciens et des modernes. In deze twist stonden schrijvers die de suprematie van de klassieken verdedigden, tegenover een groep die vond dat de klassieken door moderne Franse auteurs gevenaard en zelfs overtroffen waren. De Querelle barstte los met een lezing van Perrault in de Acadmie op 27 januari 1687. Hij las een gedicht voor met de titel Le sicle de Louis le Grand over de tijd van Lodewijk XIV. Hierin viel hij de slechte smaak van de gedichten van Homerus aan en noemde hij een aantal Franse schrijvers die te zijner tijd net zo beroemd zouden zijn als de grote Grieken en Romeinen.

over klein duimpje :

Hij wordt met zijn broertjes en zusjes door zijn ouders in het bos achtergelaten, omdat er te weinig eten voor hen is. Eerst weet hij de weg naar huis met behulp van witte steentjes, die Kleinduimpje achter zich heeft laten vallen, terug te vinden. Als ze voor de tweede maal worden achtergelaten heeft Kleinduimpje geen steentjes kunnen verzamelen en laat hij als noodoplossing broodkruimels achter. Die worden door de vogels opgegeten. Als zij al zoekend in het huis van de mensenetende reus terechtkomen, verwisselt Kleinduimpje de mutsen van zijn broertjes en zusjes met de kroontjes van de slapende kinderen van de reus, waarop de reus zijn eigen kinderen doodt. Hij wil zich wreken op Kleinduimpje, maar deze heeft tijdens hun vlucht de zevenmijlslaarzen van de reus gestolen, zodat de reus hen niet meer in kan halen. Als ze tenslotte thuiskomen, blijkt dat hij ook nog eens de schatten van de reus heeft meegenomen.

Het taalgebruik is puur en beknopt: het is een gruwelijk sprookje met explicit lyrics, zo moet de wreedheid van de ouders moet niet onderdoen voor die van de reus.

 

intentieverklaring : door Georges Aperghis

 

het spoor verliezen, het vervormen van de herinnering,

verdwenen herkenningspunten, in volslagen verwarring,

veranderde codes, onherkenbaar gemaakt,

in de hoogte geslingerde flarden van tonen,

een disparate melodie, woorden ontdaan van betekenis,

angst als gevolg van amnesie, het geheugen pijnigen om opnieuw betekenis en een weg te vinden, angst voor eenzaamheid zoals nog nooit tevoren,

verloren in de menigte, in de anonimiteit van gigantische steden.

 

terugvinden van wat ooit muziek was, het woord, dagelijkse rituelen.

 

Tegelijkertijd kind en volwassene is de mens op zoek naar een uitweg.

De ontspoorde muziek tracht de mens terug op de juiste weg te helpen, door hem linken in te fluisteren. Een doolhof van beelden en muziek gezien door de ogen van de mens: zijn blik die ook de onze is laat nieuwe mogelijkheden ontstaan.

 

De tekst komt ons virtueel over.

De sonore architectuur vernietigt zichzelf als tonen die verdampen.


En dan rijzen er vragen. Wat betekent voor ons vandaag het verliezen van sporen, het vervagen van herinnering? Waarin verliezen we ons? Wat betekent het woud als metafoor, en de magische laarzen, de menseneter de familie?

 

Het muzikale, visuele en filosofische onderwerp van deze voorstelling is dan ook hoe die wonderlijke maalstroom van culturen te tonen waar wij vandaag in mee geslingerd worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De multimediale opzet, de bewerking van het sprookje

 

 

1 het dispositief

- een groot filmprojectiescherm

- een veertienkoppig ensemble geplaatst onder het scherm : fluit, 2 klarinetten, 3 slagwerkers, 2 synthesizers, elektrische gitaar, 2 violen, 2 cellos en contrabas.

- een dirigent verantwoordelijk voor de synchronisatie tussen muziek en beeld

- het ensemble wordt versterkt en gespatialiseerd in de zaal, het sprookje wordt verteld in voice-off (vooraf opgenomen in het IRCAM)

 

 

2 een verhaal van verlies

Het Klein Duimpje van Aperghis doet geen beroep op de nostalgische beelden uit La Douce France, noch gaat hij op zoek naar de verloren verbeelding die rond sprookjes uit het verleden hangt. Wel legt hij de nadruk op de wreedheid van het gegeven: de zoektocht, een inwijdingsritueel dat gepaard gaat met verlies, het ronddolen in een labyrint, de oneindige opeenvolging van gangen zonder uitweg. Aperghis heeft een Poucet K in gedachten, uit Franz Kafkas Brief aan zijn vader: in een staat van ongebreidelde onzekerheid, tussen radicale eenzaamheid en de ontmoeting met het monster.

 

3 tussen media 

Het gaat hier niet om een fusie van media maar om het gelukkig toeval, om verwarring en een stroom van conflicten en verbindingen.

 

De film  van Hans Op de Beeck, Bruno Hardt en Klaas Verpoest bestaat uit shots van een grote maquette gemaakt met een kleine digitale camera: lange travellings in echte nagemaakte straten, omleidingen, focussen op details.

De driedimensionale beeldsynthese en het artisanale tekenfilmkarakter nemen het van elkaar over, zoomen in op details, verkennen interieurs, gooien de topologie over hoop.

 

De instrumentale muziek volgt zijn weg volgens zijn eigen ritme, met respect voor de frontale code van de opera en de film.

 

De verteller (voice-off) bevindt zich in een compleet ander ruimte, gespatialiseerd in de zaal, op een ander plan dan het beeld  De verschillende episodes van de tekst (vooraf opgenomen) wordt gelanceerd door de synthesizers. Dit laat toe (zoals op een DVD) verschillende versies in verschillende talen te produceren: hetzij alle talen, hetzij in een selectie van talen die mogelijk aan een zo groot mogelijk publiek kunnen

 

 

 

 

CREATOR: gd-jpeg v1.0 (using IJG JPEG v62), quality = 100

 

CREATOR: gd-jpeg v1.0 (using IJG JPEG v62), quality = 100

 


 

CREATOR: gd-jpeg v1.0 (using IJG JPEG v62), quality = 100